Het doel van het experiment was om de toxiciteit van verschillende stoffen te meten. Wetenschappers waren van mening dat de manier waarop spinnen hun webben weven een goede manier was om dit te kwantificeren
NASA voerde in 1995 een onconventioneel experiment uit dat vandaag de dag nog steeds nieuwsgierigheid en discussie oproept. Het onderzoek bestond uit het toedienen van illegale drugs zoals cannabis, amfetaminen, cafeïne en chloorhydraat aan verschillende soorten spinnen, met als doel te observeren hoe deze stoffen hun vermogen om webben te bouwen beïnvloedden.
Wetenschappers van het Marshall Space Flight Center zochten naar een manier om de toxiciteit van verschillende verbindingen te meten zonder gebruik te maken van hogere dieren. Hiervoor analyseerden ze de geometrische patronen van de spinnenwebben, aangezien de bouw ervan beantwoordt aan een instinctief patroon dat, wanneer het wordt verstoord, het mogelijk maakt om de neurologische werking van de toegediende stoffen af te leiden.
De methodologie was zeer interessant: de spinnenwebben werden gedigitaliseerd en er werden beeldanalyse-instrumenten op basis van statistische kristallografie gebruikt om de vormen en structuren te bestuderen. Er werden parameters gemeten zoals het aantal voltooide zijden in elke cel, de gemiddelde oppervlakte, de omtrekken en het totale aantal gevormde structuren. De vervormingen gaven het niveau van toxiciteit aan.
Zichtbare effecten op de webben
Cafeïne veroorzaakte de meest chaotische effecten. De webben die onder invloed daarvan werden gebouwd, waren zeer ongeorganiseerd, zonder symmetrie en met een duidelijk verlies aan functionaliteit. In veel gevallen maakten de spinnen de webben niet af of lieten ze half af, wat duidt op ernstige coördinatiestoornissen.
Andere stoffen, zoals cannabis, vertraagden de bouwactiviteit aanzienlijk. De spinnen werkten traag en creëerden onvolledige structuren met minder spanning. De exemplaren die werden blootgesteld aan amfetaminen vertoonden hyperactief gedrag, maar waren niet in staat om de typische patronen te volgen, wat leidde tot ongeordende webben.
Dit project bouwde voort op een onderzoekslijn die in 1948 was gestart door de Zwitserse farmacoloog Peter N. Witt. Witt was een pionier in het bestuderen van het gedrag van spinnen onder invloed van drugs zoals LSD, mescaline of cafeïne. Zijn resultaten toonden aan dat veranderingen in de spinnenwebben konden dienen als indicator voor de neurologische impact van deze stoffen.
De conclusies van het NASA-team kwamen overeen met de eerdere bevindingen van Witt, maar boden een meer kwantitatieve en rigoureuze benadering dankzij het gebruik van computertechnieken. De spinnenwebben, hoewel ongebruikelijk als analyse-instrument, bleken een effectief en gevoelig systeem te zijn voor het opsporen van door chemische stoffen veroorzaakte disfuncties.